dol
mannelijk (de)/dɔl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) een metalen pin waarop een roeispaan kan draaien
- (scheepvaart) een U-vormig steunpunt waarin een roeispaan rust
Etymologie
# woest, wild, druk
Uitdrukkingen
- Dat is te dol — Dat is over de grens, dat kan niet
- Door het dolle heen gaan/zijn — Geen enkele remming meer hebben; helemaal onbesuisd, wild of kwaad worden
Vertalingen
Engelsmad, crazy, mad
Fransfou, fou, tolet
Duitstoll, toll, verrückt
Spaansloco, tolete, escálamo
Italiaansscalmo, scalmiera, forcola
Portugeestolete, dulka, forqueta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek