dol

mannelijk (de)/dɔl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) een metalen pin waarop een roeispaan kan draaien
  2. scheepvaart (scheepvaart) een U-vormig steunpunt waarin een roeispaan rust

Etymologie

# woest, wild, druk

Uitdrukkingen

  • Dat is te dolDat is over de grens, dat kan niet
  • Door het dolle heen gaan/zijnGeen enkele remming meer hebben; helemaal onbesuisd, wild of kwaad worden

Vertalingen

Engelsmad, crazy, mad
Fransfou, fou, tolet
Duitstoll, toll, verrückt
Spaansloco, tolete, escálamo
Italiaansscalmo, scalmiera, forcola
Portugeestolete, dulka, forqueta