dolheid

vrouwelijk (de)/'dɔlhɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. waanzinnige kwaadheid
    Het roept het beroemde schilderij Dulle Griet op, een allegorie van de dolheid, een prachtig tafereel dat in 1894 door de Antwerpse verzamelaar Fritz Mayer van den Bergh in Keulen is gekocht voor nauwelijks iets meer dan 12 euro (in de munt van toen).Volkskrant Paul Depondt 15 mei 2006
    Vrij vertaald: schrijvers hebben altijd de vrijheid gekregen om ongestraft spot te drijven met het leven van alledag, zolang het niet leidt tot raserie. Dat laatste woord laat zich het best vertalen tot razernij, dolheid, waanzin.NRC Lamyae Aharouay 28 april 2016
    Hoewel we inmiddels wel de exacte tijd kennen, bezitten we nog altijd een bepaalde vaagheid in de tijdsterminologie, en dat voert mij tot dolheid.Volkskrant recensiekoning 28 maart 2014

Etymologie

* afleiding van dol

Vertalingen

Engelsfrenzy, fury, extasis