dolichocefaal
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌdolixoseˈfal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (antropologie) een langschedelige, een persoon die gekenmerkt wordt door een schedel die van voor naar achter lang is in vergelijking met de breedte
- (anatomie) langschedelig
Etymologie
* van het Grieks dolichos [lang] + kephalè [hoofd]
Vertalingen
Spaansdolicocéfalo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek