dolichocefaal

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌdolixoseˈfal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. antropologie (antropologie) een langschedelige, een persoon die gekenmerkt wordt door een schedel die van voor naar achter lang is in vergelijking met de breedte
  2. anatomie (anatomie) langschedelig

Etymologie

* van het Grieks dolichos [lang] + kephalè [hoofd]

Vertalingen

Spaansdolicocéfalo