dollen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. spelen, stoeien, spotten, gek doen
    De vader dolde met zijn kinderen, totdat ze de vaas kapot stootten, toen moesten ze van moeder stoppen en de scherven opruimen.
  2. graven, delven

Etymologie

* In de betekenis van ‘uitgelaten handelen’ voor het eerst aangetroffen in 1401

Vertalingen

Duitstollen, herumtollen