dollen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- spelen, stoeien, spotten, gek doenDe vader dolde met zijn kinderen, totdat ze de vaas kapot stootten, toen moesten ze van moeder stoppen en de scherven opruimen.
- graven, delven
Etymologie
* In de betekenis van ‘uitgelaten handelen’ voor het eerst aangetroffen in 1401
Vertalingen
Duitstollen, herumtollen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek