dominee

mannelijk (de)/ˈdomiˌne/

Wat is de betekenis van dominee?

dominee betekent: (beroep) (religie) voorganger van een protestantse eredienst

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, religie (beroep) (religie) voorganger van een protestantse eredienst
  2. beroep, religie (beroep) (religie) (Suriname) leider van een religieuze gemeenschap
  3. figuurlijk (figuurlijk) benaming voor sommige vogelsoorten die een zwart verenkleed met een witte borst hebben
  4. beflijster,
  5. aalscholver
  6. verouderd (Suriname) (verouderd) witkopwatertiran
  7. figuurlijk, dierkunde (figuurlijk) (dierkunde) (Suriname) benaming voor het mannetje dat de leider is van een groep brulapen

Voorbeelden van "dominee" in een zin

  • De dominee staat op de kansel.
  • 'O,' zegt ze, met de dictie van een dominee.
  • De dominee komt zelf van buiten de gemeente: „Als predikant ben ik onder de mensen, mijn beroep is vertrouwen. (…)"
  • Volgens de Javaanse traditie werd aan de KAUM (Javaanse dominee) advies gevraagd welke dag het meest geschikt zou zijn.
  • Zoolstra ving naar eigen zeggen alle lijstersoorten: de merel (het mannetje heet ‘zwarte lijster’, het vrouwtje ‘boekweitgrauwe’), beflijster (‘dominee’), zanglijster (‘noordmannekes’), koperwiek (‘oostmannekes’) en grote lijster.

Betekenis en uitleg van dominee

Een dominee is een geestelijke die leiding geeft aan een protestantse gemeente. Hij of zij houdt zich bezig met het verkondigen van het geloof, het geven van preken en het begeleiden van de leden van de gemeenschap.

Het woord 'dominee' wordt vaak gebruikt in de context van kerkdiensten en religieuze bijeenkomsten. Het kan ook een informele connotatie hebben, waarbij iemand die zich op een autoritaire manier met morele zaken bemoeit, als een 'dominee' wordt aangeduid. In gesprekken over religie en spiritualiteit kan het woord verschillende emoties oproepen, afhankelijk van de persoonlijke ervaringen van de gesprekspartners.

Voorbeelden

  • De dominee gaf een inspirerende preek die veel mensen raakte.
  • Tijdens de doop was het de dominee die de ceremonie leidde en de ouders toesprak.
  • In het dorp was de dominee een gerespecteerde figuur die vaak om advies werd gevraagd.

Woordoorsprong

Het woord 'dominee' is afgeleid van het Latijnse 'dominus', wat 'heer' of 'meester' betekent. Het duidt op de rol van een geestelijke als leider en gids binnen de gemeenschap.

Veelgestelde vragen over dominee

Wat is de betekenis van dominee?

dominee betekent: (beroep) (religie) voorganger van een protestantse eredienst

Hoeveel betekenissen heeft dominee?

dominee heeft 7 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft dominee?

dominee is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van dominee?

Synoniemen van dominee zijn: beflijster, aalscholver, paster, soeur, witkopwatertiran.

Hoe gebruik je dominee in een zin?

Voorbeeld: “De dominee staat op de kansel.

Etymologie

**[4] omdat de leider van de groep voorgaat bij het brullen

Uitdrukkingen

  • Blikken domineeDominee die niet goed geschoold is of onoprecht; bij uitbreiding in het algemeen iemand die de schijn ophoudt|n=1|t=z
  • De koopman en de domineeSpanningsveld tussen streven naar winst en welvaart en morele principes|n=1|t=z
  • Dominee, brand je bekje niet!Waarschuwing dat voedsel of drank nog te warm is|Het gaat hier mogelijk niet echt om „dominee” in de betekenis van predikant, maar om de Latijnse aanspreekvorm „domine”. Maar het „bekje” zou hier ook een verbastering kunnen zijn van „befje” ‘borstlapje’ {{Vloeken-r
  • De pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem meeMachtige mensen krijgen steeds voorrang boven de minder machtigen|n=1|t=z
  • Er gaat een dominee voorbijGezegd als het in gezelschap plotseling stil wordt|n=1|t=z
  • Er komt een dominee voorbijGezegd als het in gezelschap plotseling stil wordt|n=1|t=z

Vertalingen

Engelsparson, pastor
Franspasteur
DuitsPastor, Pfarrer, Priester
Spaansdómine, pastor, pastor protestante
Italiaanspastore
Poolspasterz