dompelen
/ˈdɔmpələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) in een vloeistof stekenDompel de bijtring niet in koud of kokend water om deze te steriliseren.Hij dompelde de aardappels in het water om ze schoon te maken.
- (ov) ~ in: rouw of verdriet overdrachtelijk iets alomtegenwoordig makenHet vreselijke ongeluk dompelde de stad in diepe rouw.
Etymologie
*Een frequentatieve vorm van het verouderde dompen (doen ondergaan)
Vertalingen
Spaansbañar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek