donderaar

mannelijk (de)/'dɔndərar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheidsrechtersfluit met rammelend balletje
    Elk jaar fabriceert het bedrijf ongeveer 1,2 miljoen arbitersfluiten. Meer dan de helft daarvan betreft de 'Thunderer', een klassieke fluit met erwt die stamt uit 1884 maar die nog steeds de meest verkochte scheidsrechtersfluit ter wereld is. Topman wordt lyrisch als hij over de Donderaar spreekt.
  2. de god van de donder

Etymologie

* van donderen