donkey

mannelijk (de)/ˈdɔŋki/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart, geschiedenis (scheepvaart) (geschiedenis) kleine stoommachine om als hulpmotor voor pompen en andere werktuigen op een schip
    Theun hoort hun klompen en laarzen op de treden van het laddertje stampen en daar bovenuit het geluid van stoom uit de donkey.

Etymologie

*van "donkey", voluit "donkey engine" of "steam donkey" ook buiten de scheepvaart gebruikt als woord voor hulpmotor