donut

mannelijk (de)/'donʏt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) lekkernij, bestaande uit een ring van gefrituurd deeg met suiker

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘rond, luchtig soort gebak met een gat in het midden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1989

Vertalingen

Engelsdoughnut, donut
Spaansbuñuelo, dónut, rosquilla