dooier
mannelijk (de)/ˈdojər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het geel gekleurde deel van de binnenkant van een ei
Etymologie
* In de betekenis van ‘centrale deel van vogelei’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Vertalingen
Engelsyolk
Fransjaune d’œuf, jaune
DuitsDotter, Eigelb
Spaansyema
Italiaanstuorlo
Portugeesgema
Russischжелток
Japans卵黄
Poolsżółtko
Zweedsäggula, gula
Deensæggeblomme
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek