doopplechtigheid
vrouwelijk (de)/'doplɛxtəxhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- plechtige bijeenkomst waarbij iemand door besprenkeling met of onderdompeling in water wordt toegelaten tot een kerkgenootschap en waarbij vaak ook de naam bekend gemaakt wordt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek