doopvont

vrouwelijk (de)/ˈdopfɔnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) bekken voor de bediening van de doop en het bewaren van het doopwater in een kerkgebouw
    Het doopvont wordt gebruikt bij de bediening van het sacrament van de Heilige Doop. [http://www.kerkeninzuidland.nl/start.php?duif&item=doopvont Doopvont in Zuidland]

Etymologie

*, jongere vorm van "vont" (Middelnederlands "vonte"), aangetroffen vanaf 1704

Vertalingen

Engelsbaptismal font
Fransfonts
DuitsTaufbecken
Spaansfuente, pila bautismal
Italiaansfonte battesimale
Portugeespia batismal
Russischкупе́ль
Zweedsdopfunt
Deensdøbefont