doorboren

/dorˈborə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een scherp voorwerp geheel door iets heen steken.
    De lans doorboorde hem en hij sneuvelde.
werkwoord
  1. inerg (inerg) het boren voortzetten.
    Ze zijn boven bezig met verbouwen en ze boren maar door; ik word er horendol van!
  2. ov (ov) boren tot men de andere zijde bereikt heeft.
    Spotgaten worden normaal niet volledig doorgeboord.

Vertalingen

Engelspierce
Spaanshoradar, perforar, puncionar