doordeweeks

/ˌdo̝rdəˈʋeks/

Wat is de betekenis van doordeweeks?

doordeweeks betekent: op een dag die in de werkweek valt: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. op een dag die in de werkweek valt: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag
bijwoord
  1. op doordeweekse dagen

Voorbeelden van "doordeweeks" in een zin

  • Op doordeweekse dagen is het hier altijd erg druk, maar niet op zaterdag en zondag.
  • ‘s Lands grootste doordeweekse wielertoertocht werd onder prima weersomstandigheden verreden, al stelde de stevige bries de conditie van menig deelnemer behoorlijk op de proef.
  • Hij eet doordeweeks meestal heel slecht.

Etymologie

Afgeleid van door de week met het achtervoegsel -s.