doorheen

/dorˈhen/

Betekenis

voorzetsel
  1. gedurende een periode
  2. een ruimte helemaal doorkruisend
    In een oud warenhuis loop je doorheen de geschiedenis van het beeldverhaal in Belgie
    Ze voelde zich groter geworden, alsof er een lang verborgen deur in haar was opengegaan waarachter een kronkelige gang lag waar ze nu doorheen rende.
    Door alle tijden heen.

Etymologie

#: geheel door

Vertalingen

Duitshindurch
Russischнасквозь, сквозь, сквозь