doorkoken
/ˈdorkokə(n)/
Betekenis
werkwoord
- langere tijd laten koken nadat iets eerst aan de kook is gebrachtSmelt boter, doe de bloem erbij, zachtjes warm maken, melk erbij. Roer tot je een dikke saus hebt. Roer de kaas erdoor. Wat peper erbij. Laat even doorkoken.{{Aut|F. WilbrinkZe schrijft: “Verhit de olie in een steelpan en fruit daarin de kerriepoeder en de bloem twee minuten. Voeg de kokosmelk, sambal, het kippenbouillontablet en 50 ml. water toe, breng aan de kook en laat het 5 min. zachtjes doorkoken, af en toe roeren. Laat saus beetje afkoelen.{{Aut|F. Wilbrink
werkwoord
- volledig in een verhitte beweging brengenHij ziet het, en voor 't eerst zijns levensontzet zijn moed;en wanhoop, woede, en ijzing tevensdoorkookt zijn bloed.Ik vermoed, dat thans reeds de Heer Charles Boissevain en zijn staf van bekwame medewerkers niet met hun ontbijt wachten, totdat bakker en melkboer omstreeks negen uur gelieven aan te schellen, maar dat zij zich, om bij tijds voor hun dagtaak gereed te zijn, met behoorlijk doorkookte melk en een smakelijk stuk brood van den vorigen avond behelpen.
Etymologie
*doorkóken:
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek