doorkruising

vrouwelijk (de)/dor'krœysɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het teniet doen van iets
    Nu het om iets veel onschuldigers ging, een kleine doorkruising van hun plannen, maakte hij zichzelf wijs dat zijn stemming er onherstelbaar door was aangetast.
    De voorzieningenrechter stelde JTI in het ongelijk: de gemeente Twenterand heeft het recht om een dwangsom van 200.000 euro op te leggen en ook te innen. De rechter volgde de gemeente: er is geen zicht op legalisatie aan de Hammerweg, want dat zou een doorkruising betekenen van het beleid dat is gericht op het handhaven van het oorspronkelijke karakter van de historische lintbebouwing in Vriezenveen.

Etymologie

* van doorkruisen