doorlezen
/ˈdorlezə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) voortgaan met lezen.Ondanks alle herrie las zij onverstoorbaar door.Ik kon niet meer stoppen met lezen. Ik moest ook doorlezen om tot de genade komen die ook in de Bijbel staat.
- (ov) in zijn geheel lezen.We hebben het reglement nog eens goed doorgelezen.Het is opvallend hoe weinig studenten hun eigen teksten eerst nog eens kritisch doorlezen, alvorens deze in te leveren;-
werkwoord
- (ov) een tijdsbestek geheel met lezen doorbrengen.Hij doorlas het hele weekeinde.
Etymologie
*[B] van Middelnederlands "dorelesen", op te vatten als <!--
Vertalingen
Spaansleer de cabo a rabo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek