doorloop

mannelijk (de)/ˈdorlop/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het in zijn geheel zonder onderbreking doornemen van een toneel- of muziekstuk.
    We hebben gisteren een eerste doorloop van het stuk gedaan, waaruit bleek dat er nog veel te verbeteren valt.
  2. medisch (medisch) diarree
  3. doorgang, gangpad

Etymologie

*: "doorlopen" zonder de uitgang -en

Vertalingen

DuitsDurchlauf, Durchfall