doorlopen
meervoud/ˈdorlopə(n)/
Wat is de betekenis van doorlopen?
doorlopen betekent: (intr) lopen tot men ergens doorheen is
Betekenis
werkwoord
- (intr) lopen tot men ergens doorheen is
- (intr) voortgaan met lopen, in een wat hoger tempo dan normaal
- (intr) met elkaar vermengd raken
werkwoord
- (ov) iets als een een cursus, opleiding e.d. stapsgewijs voltooien
Voorbeelden van "doorlopen" in een zin
- Ik liep door de tunnel tot ik aan het andere einde was gekomen.
- Wij moesten hard doorlopen om de trein te kunnen halen.
- De rest van de nacht was Kleine Woord doorgelopen zonder zich ook maar een enkel ogenblik moe te voelen of zelfs te rusten. {{Aut|Herzen, Frank
- Terwijl ik dagenlang alleen doorliep richting Canada vroeg ik me steeds vaker af wat er zou gebeuren als ik morgen dood zou gaan. Wat zou ik mijn kinderen dan nalaten?
- Na het wassen op een te warme temperatuur waren de kleuren doorgelopen.
Etymologie
*[B] <!--
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek