doorloper
mannelijk (de)/'dorlopər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een type schaats.
- (spel) een type puzzel waar woorden achtereenvolgens doorlopen, zonder zwarte/onderbrekende vakjes.
- iemand die doorloopt
- een postzegel waarbij de afbeelding doorloopt naar een naburige zegel
Etymologie
*afgeleid van doorlopen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek