doornenkroon

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdornəkron/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. van doorntakken gevlochten kroon als symbool van het martelaarschap
    Het waren de Romeinen die Jezus de doornenkroon opzetten.
  2. roodkleurige, stekelige zeester
    De doornenkroon kan mensen zeer pijnlijke wonden opleveren.
  3. stekelhuidigen (stekelhuidigen) een zeester met doornachtige stekels die over het hele lichaam zijn verspreid. Hij kan een doorsnede van 40 cm bereiken, en heeft 12 tot 19 armen. De doornenkroon voedt zich hoofdzakelijk met . Hij klimt 's nachts op het rif en 'graast' dan het koraal af

Vertalingen

Engelscrown of thorns, crown-of-thorns starfish
Franscouronne d'épines
DuitsDornenkrone, Dornenkronenseestern
Spaanscorona de espinas