doorploegen

/ˈdorpluɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. voortgaan met ploegen
  2. voortgaan met ploeteren
    De Voyager 1 bevindt zich inmiddels op bijna 19 miljard kilometer van de aarde. De sonde zal stug blijven doorploegen tot zijn motoren uitgewerkt zijn. Wetenschappers denken dat de sonde nog duizenden jaren door zal reizen.
  3. door ploegen kapot maken
  4. een hoeveelheid informatie grondig doornemen
    Maar alleen de gedachte al dat ik weer helemaal achter in de rij zou moeten aansluiten en opnieuw de wankelende stapels papierwerk zou moeten doorploegen nadat ik met hulp van de school en veel tandengeknars mijn studentenvisum had weten om te zetten in een fonkelnieuwe EB-3, was genoeg om me voor een onafzienbare tijd slapeloze nachten te bezorgen.
    Haar "gouden tip" is om oordopjes mee te nemen naar de eindexamens. "Dan ben je volledig gefocust als je al die lange teksten moet doorploegen en raak je niet zo snel afgeleid door medeleerlingen die geluid maken."
werkwoord
  1. ov (ov) met een ploeg een voren in het land maken
    {{ouds
  2. ov (ov) de zee doorploegen: met kracht door de golven heen gaan