doorscheen

Wat is de betekenis van doorscheen?

doorscheen betekent: enkelvoud verleden tijd van doorschijnen

Betekenis

werkwoord
  1. enkelvoud verleden tijd van doorschijnen
  2. enkelvoud verleden tijd van doorschijnen

Voorbeelden van "doorscheen" in een zin

  • ... dat ik doorscheen.
  • ... dat jij doorscheen.
  • Ik doorscheen.
  • Jij doorscheen.