doorscheen
Wat is de betekenis van doorscheen?
doorscheen betekent: enkelvoud verleden tijd van doorschijnen
Betekenis
werkwoord
- enkelvoud verleden tijd van doorschijnen
- enkelvoud verleden tijd van doorschijnen
Voorbeelden van "doorscheen" in een zin
- ... dat ik doorscheen.
- ... dat jij doorscheen.
- Ik doorscheen.
- Jij doorscheen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek