doorschijnen
/ˈdorsxɛinə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) met kracht schijnen, zodat het licht zichtbaar is ondanks wat tussen lichtbron en waarnemer bevindt
- (inerg) (figuurlijk) duidelijk kenbaar worden
- (inerg) blijven schijnen
werkwoord
- (ov) overal beschijnen
- (ov) van een kant zo sterk verlichten dat het licht aan de andere kant nog zichtbaar is
- (inerg) licht doorlaten
Etymologie
*van Middelnederlands "doreschinen" / "dorescinen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek