doorstaan
/dɔːrˈstan/
Betekenis
werkwoord
- (ov) ondanks moeilijkheden er nog goed voorstaanHij heeft de test doorstaan.Deze mannen reageerden op doorstaan gevaar met landsknechtengelach en op komend gevaar met een teug uit een goed gevulde fles — de dood en de duivel mogen grijnzen wat ze willen als de wijn maar goed is. Zo is het altijd geweest in de oorlog...'
- (ov) overleven.Hij heeft twee oorlogen doorstaan.
Uitdrukkingen
- De toets doorstaan (kunnen) — alle antwoorden op vragen/problemen weten
- De vuurproef doorstaan — je door moeilijkheden heen slaan en overwinnen
Vertalingen
Engelsendure, survive
Franspasser, survivre à
Duitsstandhalten, überleben
Spaansresistir, aguantar hasta el fin, sobrevivir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek