doorstaan

/dɔːrˈstan/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) ondanks moeilijkheden er nog goed voorstaan
    Hij heeft de test doorstaan.
    Deze mannen reageerden op doorstaan gevaar met landsknechtengelach en op komend gevaar met een teug uit een goed gevulde fles — de dood en de duivel mogen grijnzen wat ze willen als de wijn maar goed is. Zo is het altijd geweest in de oorlog...'
  2. ov (ov) overleven.
    Hij heeft twee oorlogen doorstaan.

Uitdrukkingen

  • De toets doorstaan (kunnen)alle antwoorden op vragen/problemen weten
  • De vuurproef doorstaanje door moeilijkheden heen slaan en overwinnen

Vertalingen

Engelsendure, survive
Franspasser, survivre à
Duitsstandhalten, überleben
Spaansresistir, aguantar hasta el fin, sobrevivir