doortraptheid
vrouwelijk (de)/dor'trɑpthɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoe slecht iemand isToch... nadat hij, zeer tegen zijn zin, om halftwee het toilet had moeten bezoeken, reinigde hij zich, neerhurkend bij de wastafel, even grondig als een Fransman, en de doortraptheid van zijn handelingen drong wel degelijk tot hem door.Maandag keerde Sylvie van der Vaart vanuit Parijs terug naar Hamburg. Bild legde haar een citaat voor van een Facebookpagina ('Sylvie van der Vaart NEWS') waarin schande wordt gesproken van het gedrag van Rafael van der Vaart en Sabia Boulahrouz: 'We zijn ontdaan en geschokt over zo veel slechtheid en doortraptheid bij deze mensen, voor wie Sylvie elke dag door het vuur zou gaan.'
Etymologie
* afleiding van doortrapt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek