doorvloeien

/ˈdorvlujə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) voortgaan met vloeien
    Hoeveel water de reddingswerkers er ook op spoten, de lava vloeide onstuitbaar door.
werkwoord
  1. ov (ov) vloeiend doorkruisen
    Het Tweestromenland wordt doorvloeid door Eufraat en Tigris.

Etymologie

*[B] van Middelnederlands "dorevloeyen" / "dorevloeden", op te vatten als