doorvoering
vrouwelijk (de)/'dorvurɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het voortetten van een bepaald beleid of handelswijze
- apparaat dat zorg voor het transport van een elektrische stroom door een afscheiding
Etymologie
* afleiding van van doorvoeren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek