doorzichtigheid
vrouwelijk (de)/dor'zɪxtəxhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iets licht ongehinderd doorlaatDe doorzichtigheid van het water is sterk verbeterd, nu het sediment wat bezonken is.
- overdrachtelijk: zodanig opgezet dat eenieder kan zien wat er gebeurtDe doorzichtigheid van het beleid is daarmee niet gediend.
Etymologie
*Afgeleid van doorzichtig .
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek