doorzichtigheid

vrouwelijk (de)/dor'zɪxtəxhɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iets licht ongehinderd doorlaat
    De doorzichtigheid van het water is sterk verbeterd, nu het sediment wat bezonken is.
  2. overdrachtelijk: zodanig opgezet dat eenieder kan zien wat er gebeurt
    De doorzichtigheid van het beleid is daarmee niet gediend.

Etymologie

*Afgeleid van doorzichtig .