doorzien
/ˈdorzin/
Betekenis
werkwoord
- (ov)vluchtig iets lezen, doornemenZij hadden het voorstel maar eventjes doorgezien.
werkwoord
- (ov) inzien dat iets een poging tot bedrog isHij doorzag het aanlokkelijke aanbod en realiseerde zich dat het afzetterij was.
Etymologie
*dóórzien, doorzíén [1]:
Vertalingen
Engelsleaf through, look over, see through
Fransparcourir, pénétrer
Duitsdurchsehen, durchschauen
Spaansrepasar, hojear, calar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek