doorzien

/ˈdorzin/

Wat is de betekenis van doorzien?

doorzien betekent: (ov)vluchtig iets lezen, doornemen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov)vluchtig iets lezen, doornemen
werkwoord
  1. ov (ov) inzien dat iets een poging tot bedrog is

Voorbeelden van "doorzien" in een zin

  • Zij hadden het voorstel maar eventjes doorgezien.
  • Hij doorzag het aanlokkelijke aanbod en realiseerde zich dat het afzetterij was.

Betekenis en uitleg van doorzien

Het woord 'doorzien' betekent dat je iets of iemand goed begrijpt, vaak op een diepere of subtiele manier. Het gaat niet alleen om het zien van wat er aan de oppervlakte is, maar ook om het doorgronden van verborgen motieven of waarheden.

Je gebruikt 'doorzien' vaak wanneer je het hebt over inzicht krijgen in situaties of mensen. Het kan zowel positief zijn, zoals het doorzien van iemand zijn goede bedoelingen, als negatief, bijvoorbeeld het doorzien van bedrog. Het woord heeft een nuance van helderheid en inzicht, wat het krachtig maakt in gesprekken over perceptie en begrip.

Voorbeelden

  • Na een goed gesprek begon ik haar echte bedoelingen te doorzien.
  • De detective was in staat om het complot te doorzien voordat het te laat was.
  • Met de jaren heb ik geleerd om de signalen van mensen te doorzien en te begrijpen wat ze echt voelen.

Woordoorsprong

Het woord 'doorzien' is samengesteld uit 'door', wat 'heen' of 'langs' betekent, en 'zien', dat verwijst naar het waarnemen of begrijpen. Samen suggereert het een diepere kijk op dingen.

Veelgestelde vragen over doorzien

Wat is de betekenis van doorzien?

doorzien betekent: (ov)vluchtig iets lezen, doornemen

Hoeveel betekenissen heeft doorzien?

doorzien heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van doorzien?

Synoniemen van doorzien zijn: doornemen, doorhebben.

Hoe gebruik je doorzien in een zin?

Voorbeeld: “Zij hadden het voorstel maar eventjes doorgezien.

Etymologie

*dóórzien, doorzíén [1]:

Vertalingen

Engelsleaf through, look over, see through
Fransparcourir, pénétrer
Duitsdurchsehen, durchschauen
Spaansrepasar, hojear, calar