doping
mannelijk/vrouwelijk (de)/'dopɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) stimulerende (genees)middelen
- (sport) het gebruiken van stimulerende middelen die de sportprestaties oneerlijk beïnvloeden en daarom verboden isEen aantal renners zijn betrapt op het gebruik van doping.
Etymologie
*van het Engels
Vertalingen
Engelsdoping
Fransdopage
DuitsDoping
Spaansdopaje, doping
Poolsdoping
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek