doping

mannelijk/vrouwelijk (de)/'dopɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) stimulerende (genees)middelen
  2. sport (sport) het gebruiken van stimulerende middelen die de sportprestaties oneerlijk beïnvloeden en daarom verboden is
    Een aantal renners zijn betrapt op het gebruik van doping.

Etymologie

*van het Engels

Vertalingen

Engelsdoping
Fransdopage
DuitsDoping
Spaansdopaje, doping
Poolsdoping