dopingzaak

mannelijk/vrouwelijk (de)/'dopɪŋzak/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geval van (vermeend) gebruik van verboden stimulerende middelen in de sport
    Zo kijkt shorttrackster Yara van Kerkhof terug op haar bewogen sportjaar. Ze won olympisch zilver en brons, maar kwam ook in het nieuws vanwege een dopingzaak.
    Vlak voor de start van de Tour de France maakte de wielerunie UCI bekend dat de dopingzaak tegen Froome was gesloten.