doseren
/doˈzerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) vaststellen hoeveel ervan gewenst is om een bepaald resultaat te bereikenHet bijstellen van medicatie om hoge bloeddruk te verlagen kan de dokter beter aan de patiënt overlaten. (…) De bovendruk van mensen die een jaar lang zelf maten en doseerden was 9 millimeter kwikdruk lager dan van mensen die dat overlieten aan de huisarts.Als eene in het oog loopende wijziging echter heeft de commissie goedgevonden, om het, op de oorspronkelijke lijst niet opgenomen, 'acidum arsenicosum' thans wel te doseeren, en zulks op grond, dat zij de reden niet kon inzien, waarom de vorige commissie was afgeweken van het oude voorschrift voor de drogisten , waarbij het "arsenicum album" wel degelijk tot de hierboven bedoelde cathegorie van zelfstandigheden werd gebragt.
- (ov) verdelen over een reeks afgepaste hoeveelheden om een gewenst resultaat te bereikenIn de coalitie behoudt hij steun maar beamen ze: de werklast valt hem zwaar. Een ambtenaar zei een tijdje terug: hij vindt alles interessant, hij moet leren doseren.
- (ov) in een afgepaste hoeveelheid toevoegenIn sommige opzichten is schrijven voor kinderen moeilijker, zegt ze. "Je moet je volwassen kennis continu doseren en zorgen dat je aansluit bij hun taal, begrip en kennis."
Etymologie
*wellicht via "doser" van middeleeuws Latijn "dosare", in de betekenis van ‘een dosis bepalen’ aangetroffen vanaf 1872, zie vindplaats hieronder
Vertalingen
Engelsdose
Fransdoser
Duitsdosieren
Spaansdosificar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek