drab
onzijdig (het)/drɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vaste deeltjes als vervuiling in een vloeistofOnder in de wijnfles zit nog wat drab.
Etymologie
* In de betekenis van ‘droesem’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek