dracht

mannelijk/vrouwelijk (de)/drɑxt/

Wat is de betekenis van dracht?

dracht betekent: (kleding) kleding (die traditioneel in een streek gedragen wordt)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) kleding (die traditioneel in een streek gedragen wordt)
  2. dierkunde (dierkunde) de draagtijd van een zwanger wijfjesdier
  3. de tijd dat planten stuifmeel en nectar voortbrengen
  4. natuurkunde (natuurkunde) de gemiddelde afstand waarop straling nog waargenomen kan worden
  5. imkerij (imkerij) een periode in het bijenjaar waarin volop nectar voorhanden is en het volk voorraden opbouwt

Voorbeelden van "dracht" in een zin

  • De dracht van de Zeeuwse eilanden heeft prachtige kanten kappen voor de vrouwen met gouden oorijzers en brede snoeren bloedkoraal als halskettingen.
  • Na een dracht van elf maanden werd er een kalfje geboren.
  • De dracht van alfastraling is niet erg groot, maar de plaatselijke schade kan erg groot zijn.
  • Er is meestal een voorjaars- en een zomerdracht, gescheiden door een drachtpauze, zodat er tweemaal geslingerd kan worden; soms is er in het najaar nog een derde dracht.

Etymologie

* van dragen

Vertalingen

Engelsattire, outfit, suit
Franscoutume, gestation
Spaanstraje