dracht
mannelijk/vrouwelijk (de)/drɑxt/
Wat is de betekenis van dracht?
dracht betekent: (kleding) kleding (die traditioneel in een streek gedragen wordt)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) kleding (die traditioneel in een streek gedragen wordt)
- (dierkunde) de draagtijd van een zwanger wijfjesdier
- de tijd dat planten stuifmeel en nectar voortbrengen
- (natuurkunde) de gemiddelde afstand waarop straling nog waargenomen kan worden
- (imkerij) een periode in het bijenjaar waarin volop nectar voorhanden is en het volk voorraden opbouwt
Voorbeelden van "dracht" in een zin
- De dracht van de Zeeuwse eilanden heeft prachtige kanten kappen voor de vrouwen met gouden oorijzers en brede snoeren bloedkoraal als halskettingen.
- Na een dracht van elf maanden werd er een kalfje geboren.
- De dracht van alfastraling is niet erg groot, maar de plaatselijke schade kan erg groot zijn.
- Er is meestal een voorjaars- en een zomerdracht, gescheiden door een drachtpauze, zodat er tweemaal geslingerd kan worden; soms is er in het najaar nog een derde dracht.
Etymologie
* van dragen
Vertalingen
Engelsattire, outfit, suit
Franscoutume, gestation
Spaanstraje
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek