dragen
/ˈdraɣə(n)/
Wat is de betekenis van dragen?
dragen betekent: (ov) al van de vloer houdend vervoeren
Betekenis
werkwoord
- (ov) al van de vloer houdend vervoeren
- (ov) als kledingstuk of sieraad aanhebben
Voorbeelden van "dragen" in een zin
- Hij droeg de slapende baby naar zijn bedje.
- Zij droeg een prachtige lichtblauwe jurk en een halsketting met diamanten.
- Ik was altijd gewend in de bergen hoge, leren bergschoenen te dragen maar ditmaal had ik gekozen voor lage trailrunner schoenen die erg licht waren en snel droogden.
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "dragen" / "draghen" van Oudnederlands "dragan", in de betekenis van ‘ondersteunen, bij zich hebben, aan hebben’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
Uitdrukkingen
- het hart hoog dragen
- het hart op de tong dragen
- iemand op handen dragen
- water naar de zee dragen
- al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding
- de jongste ezel moet het pak dragen
- het eind zal de last dragen
- het zijn niet allen koks die lange messen dragen
Vertalingen
Engelscarry, wear
Fransporter, porter
Duitstragen, tragen
Spaansllevar (puesto)
Russischносить, нести, носить
Zweedsbära, bära, ha på sig
Deensbære, have på
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek