dragline

mannelijk (de)/'drɛklɑjn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verrijdbare graafmachine op rupsbanden waarbij het graven gebeurt met een over de grond slepende trekschop of trekemmer
    Bijna twintig jaar later grommen drie draglines op de resten van het Maupoleum, een voormalig textielverkoopcentrum en kantoorkolos, om de laatste betonblokken af te voeren. Het architectonisch misbaksel uit de jaren zestig is niet meer, de autoweg loopt dood op de Sint Anthoniesluis. Daar staat een grenspaal met de tekst: 'Tot hier verdween het oude stadspatroon, van hier begon de stadsvernieuwing in deze buurt.'Het gedenkteken herinnert aan de cultuurbreuk van 1975 in het denken over de toekomst van de stad. De actievoerders van toen kregen hun gelijk pas achteraf. Volkskrant PETER VAN DEN BERG; ROB GOLLIN 12 november 1994,

Etymologie

*uit het Engels

Vertalingen

Engelsgrab excavator