draven

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. (van paarden) in draf gaan
    Ratelend kwam een boerenwagen beladen met melkbussen aanrijden, een stevig dravende hit ervoor. {{Aut|A.L. Snijders
  2. hard lopen
    Ben goede vrienden met de dorpshonden.. Ze draven achter mij aan als ratten of rotjongens achter de Rattenvanger van Hamelen. De inboorlingen beantwoorden mijn 'Goede morgen' en `Goede middag' — ik sta nu bekend als de vaste gast op het kasteel. {{Aut|Mitchell, David

Etymologie

* In de betekenis van ‘rennen’ voor het eerst aangetroffen in 1350

Vertalingen

Engelstrot
Franstrotter
Duitstraben
Spaanstrotar
Italiaanstrottare, andare al trotto
Zweedstrava