drempel

mannelijk (de)/'drɛmpəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) onderdorpel van een kozijn
    Ze blijft op de drempel staan en doet haar ogen dicht.
    Even is het alsof haar moeder daar op de drempel staat te praten met de vrouwen die ze hielp, en die haar dankbaar aankeken omdat ze zo discreet en bekwaam was.
  2. bouwkunde (bouwkunde) houten onderdorpel bij een binnenkozijn
  3. verkeer (verkeer) een verkeersbelemmerend object
  4. figuurlijk (figuurlijk) een minimum dat gehaald moet worden om ergens aan te kunnen voldoen of ergens aan mee te kunnen doen
  5. figuurlijk (figuurlijk) aan het begin van een tijdperk
    En nu, op de drempel van de volwassenheid, werd ze uitgelachen omdat ze een vrucht aan een Spaanse boom was.

Etymologie

* In de betekenis van ‘verhoging bij deur’ voor het eerst aangetroffen in 1567

Vertalingen

Engelsthreshold, sill, sill
Fransseuil
Poolspróg