dressuur
vrouwelijk (de)/drɛ'syr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport), het africhten.
Etymologie
* In de betekenis van ‘africhting’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1833
Vertalingen
Spaansdoma, adiestramiento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek