driebanden

onzijdig (het)/driˈbɑndə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) biljartspel waarbij men pas scoort indien met de gespeelde bal minstens driemaal een band is geraakt voordat deze de tweede aanspeelbal raakt
werkwoord
  1. inerg, sport (inerg) (sport) spelen van het biljartspel waarbij men pas scoort indien met de gespeelde bal minstens driemaal een band is geraakt voordat deze de tweede aanspeelbal raakt

Etymologie

*: samenstellend afgeleid van "drie" en "band"