woorden
boek
Start
›
D
›
drietal
drietal
onzijdig (het)
/ˈdritɑl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
welgeteld drie
Er werd een drietal redenen genoemd.
groep van drie
Het vrolijke drietal liep lachend weg.
Synoniemen
trio
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Driesweg
drietalig →