dringend

/ˈdrɪŋənt/

Betekenis

werkwoord
  1. geen uitstel duldend want heel belangrijk
    „Het konvooi heeft noodhulp gebracht naar 60.000 mensen die dringend behoefte hebben aan voedsel en medicijnen, en die al vijf maanden verstoken waren van humanitaire hulp”, zei Jakob Kern, de directeur van het WFP in Syrië. NRC Toon Beemsterboer 28 september 2016
    Ik moet dringend koffie.
    Ze liet zich informeren over wat zich in en rond het dorp had afgespeeld en over de opruimwerkzaamheden en het dringend nodige dijkherstel.
  2. met grote nadruk
    Dinsdag maakte de vereniging via haar eigen website zelf ook melding van een ander incident, dat gisteren plaats heeft gevonden. Een lid van Vindicat zou daarbij met een luchtbuks op op een Vindicat-huis hebben geschoten. Het bestuur heeft de betrokkenen naar eigen zeggen dringend geadviseerd hiervan aangifte te doen bij de politie. NRC Belia Heilbron 4 oktober 2016

Etymologie

*"dringen" met de uitgang -d

Vertalingen

Engelsurgent
Fransurgent
Spaansurgente