dringendheid

vrouwelijk (de)/'drɪŋənthɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het op korte termijn noodzakelijk zijn
    Uit een evaluatie blijkt onder meer dat steden met veel arbeidsmigranten vaak meer de noodzaak en dringendheid inzien van goede huisvesting dan de buurgemeenten.
    'Gezien de dringendheid wordt de zaak meteen doorgestuurd naar de beroepscommissie van de UEFA', meldt de federatie. Op dinsdag 13 augustus wordt de zaak bestudeerd in het hoofdkwartier van de UEFA in Nyon.
    Zo hebben noch de Spaanse inlichtendiensten, noch Staatsveiligheid 'een mate van dringendheid of belang gegeven aan de verwerking van de informatie in de zaak el-Khazzani.'

Etymologie

* afleiding van dringend