droogmakerij
mannelijk/vrouwelijk (de)/droχmakəˈrɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (waterbeheer)polder ontstaan door het water uit een meer of plas weg te pompenIk ben geschokt als ik lees dat 2100 hectare eeuwenoud landbouwgebied in Zuid-Holland, een achttiende-eeuwse droogmakerij, moet worden veranderd in een bos ‘ten behoeve van natuur en recreatie’.
- (economie), (techniek) activiteiten om een meer of plas in een polder te veranderenDoor landaanwinning (bedijking en droogmakerij) werd tussen 1830 en 1900 circa 30.000 hectare landbouwgrond gewonnen, (...)
- (economie), (techniek) inrichting waar materiaal wordt gedroogdDe droogmakerij werd gebouwd omstreeks 1999, ter vervanging van een afgebrand gebouwtje zonder vergunning.
Etymologie
* van droogmaken
Vertalingen
Spaanspólder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek