droogmaking

vrouwelijk (de)/'droxmakɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het verwijderen van het water van een ondergelopen terrein
    Ook de vierde molen voor de droogmaking van de Ferdinanduspolder is toegesteld; wanneer God het wil zal ued.
    De gevangenen in het kamp moesten werken aan de wegen in de omgeving van Putten en aan de droogmaking van de Zuiderzee. Lang heeft dat niet geduurd.

Etymologie

* van droogmaken