droogschuur

mannelijk/vrouwelijk (de)/'droxsxyr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een grote opslagruimte waar iets dat vochtig is kan drogen
    Hij werkte mee tot na korte tijd de boeren gingen schaften en liep toen samen met Fjodor de droogschuur uit.
    De tocht leidt veelal door een niet voor publiek toegankelijk deel van Waterpark Het Lankheet. De gids geeft daarbij uitleg over het waterzuiveringssysteem. De gereconstrueerde Buurserbeek met de droogschuur worden bezocht.