droogte
vrouwelijk (de)/ˈdroxtə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lange periode zonder of met minder neerslagIn het land heerst grote droogte.Door de droogte verspreiden de branden zich heel snel. '
Etymologie
*afgeleid van droog .
Vertalingen
Engelsdrought
Franssècheresse, sécheresse
DuitsDürre
Spaanssequía
Italiaanssiccità
Russischзасуха
Poolssusza
Zweedstorka
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek