droppen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) druppen, druppelen
    Het water dropte van het dak af.
  2. ov (ov) iemand ergens afzetten
    Ze dropten hen bij de disco.
    Hij vertelde me dat hij ooit vijf dagen volledig afgezonderd in de Australische outback was gedropt met niet meer dan een stuk zeil, wat eten en drinken en een bijbel.
  3. ov (ov) uit een vliegtuig laten neerkomen
    Hij werd op 2 km hoogte gedropt.
  4. badminton (badminton) de shuttle zeer kort over het net slaan
    Bij rolstoelbadminton mag er niet gedropt worden.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘afzetten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1946

Vertalingen

Duitstropfen, absetzen, abwerfen